Om de onafhankelijkheid van de school te verhogen gingen we halfweg 2015 op zoek naar een nieuwe inkomstenbron, naast de plantage. Omdat wij vanuit België onmogelijk kunnen weten waar de bevolking in Ghana interesse in heeft gaven we Emelia de opdracht om met ideeën te komen die winstgevend kunnen zijn. Tijdens de maanden die hierop volgden passeerden er tal van mogelijkheden. Van de verkoop van kunsthaar, Afrikaanse vrouwen houden nu eenmaal van ingewikkelde en tijdrovende kapsels, tot de verhuur van tenten en stoelen voor huwelijksfeesten en begrafenissen. Telkens opnieuw stelden wij samen met Emelia en Nana een businessplan op om te bekijken of de activiteit voldoende winstgevend zou zijn. Deze eerste ideeën voldeden niet omdat de opstartkost te groot was of de winstmarge onzeker. We wilden ook niet zomaar aan iets beginnen.

Tegen begin 2016 kwam er dan het idee om Kente-touw te verkopen. Deze bollen fel gekleurd touw worden in onze streek gebruikt om traditionele gewaden te weven. Uit ons onderzoek bleek dat er zeer veel van deze wevers in de dorpen in onze buurt wonen maar dat zij allemaal telkens naar de grotere steden moeten om een nieuwe voorraad op te halen. Dit is voor hen zeer tijdrovend waardoor de kost van het weven verhoogt. Doordat wij met een startbudget meteen een grotere hoeveelheid kunnen aankopen wordt de kost van het ophalen een stuk kleiner en kunnen we met voldoende winst verkopen aan de kunstenaars in de buurt.

Om dit idee in de praktijk om te zetten werden de eerste ladingen verkocht vanuit de school. Zo konden we meteen zien of de omzet inderdaad voldoende zou zijn om hiermee door te gaan. Al snel bleek dit initiatief inderdaad goed te draaien en steeg de maandelijkse verkoop. Omdat de opslagruimte op school vrij beperkt is begonnen we zelfs al stilletjes te dromen over een echte winkel.

Sneller dan verwacht kregen we rond mei 2016 de kans om voor een spotprijs een containerwinkel te kopen. Deze winkel was op dat moment nog niet volledig afgewerkt maar de centrale ligging in het dorp leek ons ideaal. Met een laagje verf, wat tegels en een nieuw plafond openden we iets later Akwaaba Trading Center!

Emelia merkte ondertussen dat er eigenlijk heel wat producten niet te verkrijgen waren bij ons of in de omliggende dorpen. We maakten de afspraak dat zij mag verkopen wat ze wil zolang niemand anders in ons dorp hetzelfde product verkoopt. We willen immers niet gaan concurreren met dorpsgenoten die zelf hard moeten werken om amper rond te kopen.

Vandaag de dag is onze winkel een bloeiende zaak waar je naast het traditionele touw allerlei spullen kan vinden, van luiers tot tomaten, rijst of een frisse cola. En nog belangrijker vormt de shop een vaste inkomstenbron voor de school die door de variatie vrij constant blijft doorheen het ganse jaar. Hiermee kunnen we de periodes opvangen tussen de oogsten op de plantage wanneer er daar weinig geld binnenkomt.