Naast de plantage en winkel in het dorp zoekt Emelia zelf constant naar manieren om wat extra inkomsten te generen voor de school. Dit bevestigt voor ons nog maar eens dat er een hoge lokale draagkracht is en dat Emelia en haar team zelf initiatief nemen wanneer ze maar kunnen.

Na het succes van onze winkel in het dorp kwam Emelia op het idee om een klein winkeltje te starten op het schooldomein. Hier kunnen de kinderen tijdens de speeltijd koekjes, snoepgoed, schriften en schrijfgerei kopen. Vroeger gebeurde het wel eens dat kinderen te laat aankwamen op school omdat ze eerst in het dorp nog iets gingen kopen. Nu dit ook op school kan, dwalen ze niet zo snel meer af. En bij de kleintjes vloeien er minder tranen wanneer mama nog snel een chocolaatje koopt voor ze terug naar huis gaat.

Een andere extra inkomstenbron is de verkoop van Kenkey waarmee Emelia, samen met enkele andere vrouwen uit het dorp, onlangs begon. Kenkey is een plaatselijke lekkernij op basis van mais die echter heel wat bereidingstijd vraagt. Hierdoor nemen vele mensen niet de moeite om het zelf te maken maar zijn ze wel blij als iemand anders deze verkoopt. De maisbollen worden verpakt in maisbladeren en meestal gegeten met een vissaus. Twee vrouwen uit het dorp helpen Emelia met het klaarmaken van de Kenkey en één van hen gaat ’s morgens mee met de schoolbus naar het dorp om de voorraad te verkopen.

Deze kleinere initiatieven zorgen niet alleen voor extra inkomsten maar creëren ook weer wat extra werkgelegenheid in het dorp. De vrouwen die Emelia helpen mogen immers een stukje van de opbrengst houden voor hun werk. Zo profiteert iedereen en kunnen we allemaal samen weer een stap vooruit zetten.